Molenlanden biedt kansen voor kinderen in armoede

Created with Sketch.

Molenlanden – Op 4 februari 2020 verscheen er vanuit het persbureau ANP een artikel in het Kontakt, dat er steeds meer kinderen in Armoede opgroeien in de gemeente Molenlanden. Ondanks een krimp in 2019 die behoort tot een dalende lijn met enkele jaren voor 2019, is de verwachting dat in 2020 de armoede onder kinderen verder is toegenomen. De verwachting is, aldus kinderombudsvrouw Margrite Klaverboer, dat er langdurige negatieve gevolgen zullen komen voor kinderen die opgroeien in armoede. Onderwijsinstellingen geven signalen af dat zij in het afgelopen jaar het aantal kwetsbare kinderen zien toenemen, dat niet alleen duidt op meer huiselijk geweld maar ook op armoede.

Cijfers vanuit het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten over de afgelopen jaren een duidelijk dalende trend zien die werd ingezet vanaf 2013. Toch vreest het Nibud, die de cijfers van 2020 nog niet voorhanden heeft, dat de gevolgen van de corona-crisis binnen de kwetsbare gezinnen lang zal doordreunen. Dit was ook het geval bij de vorige crisis die startte vanaf 2008, aldus Nibudswoordvoerder Karin Radstaak. Er ontstaat door deze gevolgen een verhoogd risico op kansenongelijkheid, omdat deze doelgroep niet op maatschappelijk verwachte wijze meer mee kan doen aan de samenleving. Het draagt bij aan een littekeneffect wanneer kinderen onder lange omstandigheden te maken hebben met geldgebrek thuis.

In deze zelfde publicatie worden cijfers gedeeld die de omvang van deze groep kinderen in Molenlanden weergeven. Volgens het CBS groeiden in deze gemeente zo’n 300 kinderen in 2018 in armoede op. Een stichting die zich volledig bezighoudt met deze doelgroep is Stichting Leergeld Alblasserwaard Vijfheerenlanden. Deze stichting zet zich dagelijks in voor kwetsbare kinderen die in armoede opgroeien. Dit doen zij in samenwerking met het uitvoeringsorgaan Avres. Het motto van de stichting is dat “alle kinderen mee mogen doen”. Wanneer het ANP de situatie in een bepaalde gemeente in cijfers weergeeft, ontstaat er een interessante vraag. Hoe is het werkelijk gesteld met de groep kwetsbare kinderen binnen Molenlanden? Stichting Leergeld kan vanuit de inzichten die zij heeft een helder antwoord geven, omdat veel ouders inmiddels de weg hebben gevonden naar hun loket.Coördinator Bob van de Burgt geeft aan altijd op zoek te zijn naar kinderen die opgroeien in armoede. Kijkend naar de resultaten van 2020 zou vastgesteld kunnen worden, dat elk kind in de Molenlanden kan mee doen of al mee doet! Maar is dat ook zo?

Leergeld coördinator Van de Burgt zou deze vraag beantwoorden: “Ja zo goed als!” Kijkend naar de cijfers van het CBS, zou Leergeld zelfs meer kinderen helpen dan het CBS aangeeft. Eind 2018 werden er door de stichting in de gemeente Molenlanden 379 kinderen geholpen en eind 2020 waren er dat al 439. Van de Burgt geeft aan dat met de procentuele berekening over zo’n groot gebied in exacte aantallen lastig is vast te stellen om hoeveel kinderen het daadwerkelijk gaat. Daarbij komt kijken dat het CBS niet met alle factoren rekening houdt, die een dergelijk cijfer kan beïnvloeden. Zo staan bijvoorbeeld niet alle ouders met schulden geregistreerd. Ogenschijnlijk behoren zij niet tot de doelgroep, omdat zij met hun inkomen boven de norm uitkomen. Toch zijn zij maandelijks bezig om in eigen beheer schulden af te lossen om grotere problemen te voorkomen. Ook kennen we de groep alleenstaande ouders met een laag inkomen, die in de berekening behoren tot de minimadoelgroep, maar met de alimentatie van een ex- partner beschikken over besteedbaar inkomen waarmee zij rond kunnen komen. Dit betekent dat het cijfer niet letterlijk genomen moet worden, maar een indicatie is.

In de gemeente Molenlanden hebben we ook te maken met grote gezinnen. Een derde van de geholpen kinderen bij Leergeld komt uit een gezin dat bestaat uit meer dan 3 kinderen en in 25% van de gevallen had een gezin 3 kinderen. Dit zijn factoren die het lastig maken om een exact aantal te noemen, terwijl het de stichting juist helpt wanneer zij weten hoeveel kinderen nog niet bekend zijn met de stichting. Toch is Leergeld stellig dat zij bijna alle kinderen in beeld heeft. Het lijkt er op dat ‘alle’ kinderen helpen niet mogelijk is en daar speelt ook de achtergrond van de gezinnen een belangrijke rol in. Leergeld constateert dat er ook andere instanties, zoals diaconieën, lokale fondsen, maar ook een eigen netwerk (grootouders, vrienden of andere familie) een belangrijke rol vervullen om deze kinderen te helpen. Dat neemt niet weg dat het een oneindig streven blijft van de stichting om op zoek te blijven gaan naar het onbereikbare kind, mede ook omdat het werk van Leergeld bij verschillende professionals nog onbekend is.

Vanaf 2011 heeft Leergeld in de gemeente Molenlanden verschillende gezinnen in beeld gekregen die zij beschouwen als gezinnen met een laag inkomen. Vanuit de onderzoekscijfers vanaf 2018 ziet Leergeld een diversiteit van aanvragers . Vanzelfsprekend behoren inwoners met een Participatiewet uitkering (bijstand) van Avres tot de doelgroep van stichting, toch is de doelgroep omvangrijker dan dat. Uit de gegevens blijkt dat 48% van de ouders geen aanspraak maakt op een bijstandsuitkering vanuit Avres, maar inkomsten ontvangt vanuit een andere bron. Bijna 30% van de doelgroep heeft een inkomen uit arbeid of uit een eigen onderneming, waarvan een derde heeft te kampen met (problematische) schulden. Naast deze twee bronnen van inkomsten is er ook een grote groep die inkomsten ontvangt vanuit het UWV. Leergeld biedt ouders tot 120% van het wettelijk sociaal minimum een mogelijkheid een aanvraag bij de stichting te doen. Dat resulteert dat ook ouders met een inkomen uit arbeid in beeld komen bij de stichting. Helaas ziet Leergeld ook een groep werkende ouders die net boven de norm uitkomt en geen uitzicht heeft op een positieverbetering op de arbeidsmarkt. Deze ouders hebben een lager besteedbaar inkomen, omdat zij geen aanspraak meer kunnen maken op toeslagen of kwijtscheldingen. Voor deze groep ouders is en blijft het zuur om zelf voor de kosten te blijven staan. Vanuit de additionele middelen die de stichting ontvangt, wordt er incidenteel steun geboden aan enkele gezinnen. Maar dat neemt niet weg dat er ook een grote groep ouders is die net niet voor Leergeld in aanmerking komt, niet altijd steun vindt om de kinderen dat te bieden wat wij als samenleving normaal vinden.

Naast het definiëren van de doelgroep vindt Leergeld het ook belangrijk wat voor soort hulp er aan de gezinnen wordt geboden. In de basis wordt vastgesteld dat elk kind mee moet kunnen doen op school of buiten school om, door te kunnen sporten of mee kan doen met een culturele activiteit. Leergeld is Avres dankbaar voor de samenwerking hierin, omdat Leergeld met de subsidie die zij vanuit Avres ontvangen, voor een groot deel kan voorzien in die behoefte. Zo konden er in de lockdown veel kinderen worden geholpen met thuisonderwijs. Ook buiten de lockdown om, konden kinderen met behulp van Leergeld sporten bij een vereniging, een bezoekje brengen aan een pretpark of zwemlessen volgen. Zelfs een extraatje rondom de feestdagen of een verjaardagspakket, behoren al tot de mogelijkheden die Leergeld de kinderen biedt. Deze voorzieningen komen voort uit de samenwerkingen die Leergeld heeft met o.a. stichting Jarige Job, stichting Zakgeld en Nationaal Fonds kinderhulp.

Leergeld probeert op alle fronten kinderen mee te laten doen. Van de Burgt is trots op wat wij hier lokaal kunnen bieden, ook in vergelijking met andere regio’s. Een ambitie van de coördinator is om de kinderen ook iets in de vorm van kledingpakketten te geven. Hier constateert hij dagelijks de behoefte aan onder de doelgroep en Leergeld kan hier helaas nog niet in voorzien. Ondanks dat werd er meer dan 150.000 euro uitgegeven door de stichting om de kinderen in de Molenlanden te ondersteunen, waarbij 75% van de 439 kinderen een activiteit gefinancierd kreeg buiten school om en dus met andere woorden maatschappelijk meedoet.

Concluderend is Leergeld blijvend op zoek om elk kind te bereiken en hoe groter het bereik is, hoe lastiger het is om de laatste kinderen in beeld te krijgen. Daarom blijft Leergeld een beroep doen op iedereen binnen de gemeente om het werk van Leergeld bekend te maken. De steun is hard nodig. Anderzijds is het, ondanks dat armoede in Nederland geen thema zou moeten zijn, goed om bevestigd te krijgen dat we het in vergelijking met andere gemeenten, het goed voor elkaar hebben.